Gedetailleerde informatie over de procedurele afhandeling van uw aanvraag vindt u onder de 'meer informatie' knoppen hieronder. In de rechterkolom is het aanvraagformulier voor de markttoelating van de import en/of teelt van levende ggo’s beschikbaar gesteld. Wij raden u aan om contact op te nemen met Bureau (genetisch gemodificeerd organisme) om uw (concept)aanvraag en de procedure door te spreken.
Een aanvraag voor de markttoelating van de import en/of teelt van levende genetisch gemodificeerde organismen (ggo's) kunt u indienen onder Richtlijn 2001/18/EG. In de praktijk zijn dit ggo's die niet bestemd zijn voor levensmiddelen en/of veevoeders (zoals bloemen en sierplanten). De toelating van de productie en het toepassen van gg-geneesmiddelen voor mens en dier valt ook onder deze richtlijn.
Waar kunt u de toelating van de import en/of teelt van levende ggo’s aanvragen?
Een aanvraag voor een markttoelating van de import en/of teelt van levende genetisch gemodificeerde organismen (ggo's) onder de 2001/18/EG moet u indienen bij één van de lidstaten van de Europese Unie (EU). Deze lidstaat voert de eerste milieurisicobeoordeling uit voor heel Europa. In Nederland kunt u een aanvraag voor toelating onder de 2001/18/EG indienen bij Bureau GGO.
Voorschriften verbonden aan de toelating van de import en/of teelt van levende ggo’s
Het is belangrijk om te realiseren dat een markttoelating altijd de gehele Europese markt behelst. Het is dus van belang dat iedereen zich op de hoogte kan stellen van de voorschriften verbonden aan een markttoelating. Voor een markttoelating onder Richtlijn 2001/18/EG geeft het Besluit ggo (artikel 5) bepalingen die gelden na de toelating. In de vergunning voor een markttoelating, afgegeven door een lidstaat, zijn eventuele voorschriften opgenomen die gelden voor de gebruiker van een toegelaten product, e.g. de houder van de vergunning.
Op de website van het Joint Research Centre (JRC) vindt u een overzicht van de tot de markt toegelaten ggo’s en de vergunning van de betreffende toelating met de hieraan verbonden voorschriften. U vindt hier ook een link naar de vergunning van de betreffende toelating van het ggo en de hieraan verbonden voorschriften. Deze voorschriften zijn over het algemeen bepaald in artikel 3 van de vergunning.
Waar kunt u de toelating van gg-geneesmiddelen aanvragen?
De markttoelating van genetisch gemodificeerde (gg)-geneesmiddelen voor mens of dier verloopt in de Europese Unie via gecentraliseerde Europese procedures. De European Medicines Agency (EMA) is de spil in deze procedures, u moet dan ook uw aanvragen voor toelating onder de 2001/18/EG bij de EMA indienen.
Voor de behandeling van patiënten met niet-toegelaten geneesmiddelen via compassionate use (CU), named patient (NP) en de hospital exemption (HE) is in Nederland toestemming nodig van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) of van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) volgens de geneesmiddelenwet. Wanneer er sprake is van gg-geneesmiddelen geldt bovendien dat u een vergunning op basis van de Europese richtlijn 2001/18/EG en de Wet Milieubeheer nodig heeft.
Een aanvraag voor een toelating van de import en/of teelt van levende ggo's moet u indienen bij één van de lidstaten van de Europese Unie (EU). Deze lidstaat voert de eerste milieurisicobeoordeling uit voor heel Europa.
U bepaalt zelf bij welke lidstaat van de EU u de aanvraag wilt indienen. U kunt de aanvraag via Nederland of via een andere lidstaat indienen.
Welke stappen moet u doorlopen om een markttoelating via Nederland te kunnen indienen?
- Voor het indienen van een aanvraag via Nederland is een formulier beschikbaar, dit formulier vult u in.
- U kunt contact opnemen met Bureau GGO zodra u een conceptaanvraag beschikbaar heeft om de aanvraag, eventuele onduidelijkheden en de procedure te bespreken.
- In verband met de uniforme openbare procedure raden wij u aan extra aandacht te besteden aan eventuele vertrouwelijkheid van de gegevens in uw aanvraag.
NB. Uw aanvraag wordt tweemaal openbaar gemaakt. De eerste keer alleen de samenvatting van uw aanvraag en de tweede keer het beoordelingsrapport van Nederland. Beide keren vindt publicatie plaats op de site van het Joint Research Centre (JRC) en in de Staatscourant. Het publiek kan commentaar op uw aanvraag indienen via deze JRC site. - U stuurt het formulier en eventueel benodigde extra informatie (zoals studies die uw aanvraag ondersteunen) naar Bureau GGO.
Wat doet Bureau GGO met uw aanvraag?
- De procedure start op het moment dat uw aanvraag door Bureau GGO ontvangen is. De proceduretermijn van de Nederlandse beoordelingsfase bedraagt 90 dagen.
- Bureau GGO stuurt na binnenkomst van uw aanvraag automatisch de ontvangstbevestiging.
- Bureau GGO kan de klok stilzetten als er vragen zijn over uw aanvraag. De wachttermijn wordt opgeschort totdat de aanvullende informatie binnen is gekomen.
- Na de eerste beoordelingsfase (90 dagen) stuurt Bureau GGO uw aanvraag en het beoordelingsrapport naar de Europese Commissie (EC).
- De EC stuurt uw aanvraag en het beoordelingsrapport binnen 30 dagen door naar de andere lidstaten van de EU. Dit is het begin van de 60 dagen termijn.
- Tijdens de 60 dagen periode kunnen de andere lidstaten commentaren en/of bezwaren (objections) uiten en om aanvullende informatie vragen.
NB. Een aanvraag ingediend in een andere lidstaat van de EU doorloopt binnen Nederland de procedure vanaf het begin van de 60 dagen termijn. - Bureau GGO stuurt eventuele bezwaren en vragen van andere lidstaten naar u door en u beantwoord deze. Er volgt een tweede ronde van 45 dagen, waarin de lidstaten kunnen aangeven of hun eerdere commentaren en/of bezwaren zijn opgelost.
- Als alle commentaren/bezwaren zijn opgelost volgt er een stemronde bij de Europese Commissie (EC) over de toelating.
NB. Als niet alle commentaren/bezwaren zijn opgelost zal uw aanvraag eerst naar de EFSA gestuurd worden voor hun advies. Pas na de publicatie van een positieve EFSA opinie volgt een stemronde bij de EC. - Indien er overeenstemming wordt bereikt neemt de EC een besluit over de toelating en volgt de publicatie van de EC beschikking. Bij een positief EC besluit wordt vervolgens de vergunning verleend door de lidstaat waar de aanvraag is ingediend, in dit geval Nederland. De Nederlandse (NL) beschikking wordt gepubliceerd in de Staatscourant.
- Belanghebbenden kunnen binnen zes weken bezwaar indienen tegen de NL beschikking.
Wanneer kunt u starten met de import en/of teelt van levende ggo's in de EU?
- U kunt starten met importeren en/of telen nadat u de NL beschikking heeft ontvangen en de zes weken bezwaartermijn is afgelopen.
De toelating van gg-geneesmiddelen voor mens of dier verloopt in de EU via gecentraliseerde Europese procedures. Alle aanvragen van genetisch gemodificeerde medische of veterinaire producten voor toelating tot de markt verlopen via European Medicines Agency (EMA). In Nederland is het Ministerie van IenW de verantwoordelijke instantie voor de milieurisicobeoordeling van de commerciële toelatingen van ggo’s, zoals gg-geneesmiddelen.
Vergunningaanvragen voor toelating worden bij de EMA ingediend. Geneesmiddelen worden alleen toegelaten na een uitvoerige beoordeling op kwaliteit, effectiviteit of werkzaamheid en veiligheid. Bij geneesmiddelen die door middel van genetische modificatie geproduceerd worden of uit ggo's bestaan, wordt ook de milieuveiligheid beoordeeld. Bij de beoordeling en risicoanalyse van geneesmiddelen zijn een groot aantal organisaties uit verschillende EU-lidstaten betrokken.
Hoe verloopt de toelatingsprocedure van een gg-geneesmiddel?
De toelatingsbeoordeling wordt in eerste instantie door één land uitgevoerd (de rapporteur) bijgestaan door een ander land (de co-rapporteur). De rapporten van de rapporteur en co-rapporteur en het toelatingsdossier worden vervolgens aan de verantwoordelijke instanties van elke EU-lidstaat voorgelegd ter beoordeling. Dit is overigens geen verplichting voor de lidstaten, zij kunnen ook afzien van commentaar.
De commentaren van rapporteur, co-rapporteur en de lidstaten worden door de EMA verzameld, samengevoegd en aan de vergunningaanvrager voorgelegd. Na de reactie van de vergunningaanvrager krijgen de lidstaten nogmaals de gelegenheid de aanvraag te beoordelen. Aan de hand van alle verkregen informatie en ingediende commentaren, wordt door de vertegenwoordigers van de EU-lidstaten in de EMA gestemd, en een EMA advies aan de Europese Commissie (EC) over de vergunningaanvraag uitgebracht. Bij een positief advies zal de EC een vergunning afgeven die geldt voor de hele EU.
Hoe verloopt de beoordeling in Nederland?
In Nederland is het Ministerie van IenW de verantwoordelijke instantie voor de milieurisicobeoordeling van ggo’s. Bij commerciële toelatingen van ggo’s, zoals gg-geneesmiddelen, vraagt IenW de COGEM om een milieurisicobeoordeling uit te voeren. Deze beoordeling is complementair aan de milieurisicobeoordeling van de EMA. Het advies van de COGEM is een zwaarwegend element bij de uiteindelijke afweging van de Nederlandse overheid om al dan niet in te stemmen met toelating van het betreffende geneesmiddel in de Europese toelatingsprocedure. Nederland is niet verplicht de COGEM om een beoordeling te vragen maar doet dat doorgaans wel. Het ontbreken van een COGEM advies heeft voor de Europese besluitvorming over markttoelating geen consequenties.
Compassionate use, named patient en de hospital exemption in geval van gg-geneesmiddelen
In Nederland worden patiënten behandeld met geneesmiddelen die een markttoelating hebben in de (Europese unie), dan wel via een klinische studie met geneesmiddelen/behandelingen die nog niet tot de Europese markt zijn toegelaten. In het geval van een gg-geneesmiddel is er een vergunning nodig onder het Besluit ggo.
In sommige (schrijnende) gevallen kunnen patiënten toegang krijgen tot geneesmiddelen die nog niet door de European Medicines Agency (EMA) zijn goedgekeurd en waar ze via een klinische studie geen toegang tot hebben. Dit kan door middel van compassionate use (CU), named patient (NP) en de hospital exemption (HE).
Voor de drie procedures zijn er verschillende mogelijkheden, deze zijn beschreven in de notitie 'Compassionate use, named patient en de hospital exemption in geval van gg-geneesmiddelen' die u kunt vinden onder de MA downloads. Een samenvatting van de procedures vindt u hieronder.
Compassionate Use
In sommige (schrijnende) gevallen kunnen patiënten, voor wie geen geregistreerd geneesmiddel beschikbaar is, toch behandeld worden met een geneesmiddel zonder handelsvergunning. Dat gebeurt via een zogenaamd Compassionate Use Programma. Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) beoordeelt deze aanvragen.
Gg-geneesmiddelen die zich in de laatste fase van klinisch onderzoek bevinden, maar nog niet officieel zijn goedgekeurd door de (european medicines agency), kunnen hiervoor in aanmerking komen. Het verzoek om Compassionate Use wordt meestal ingediend door een farmaceutisch bedrijf of producent. Voorwaarde is dat er voor het betreffende gg-geneesmiddel een 2001/18/EG toestemming bestaat; dit mag ook een toestemming uit een andere lidstaat zijn.
Het CBG toetst of er een milieurisicobeoordeling aanwezig is volgens Richtlijn 2001/18/EG. Als zo’n beoordeling aanwezig is, is geen aanvullende (introductie in het milieu)-vergunning nodig. Ontbreekt deze beoordeling, dan kan het gg-geneesmiddel soms gebruikt worden onder een bestaande (brede) IM-vergunning, indien van toepassing. Is er geen bestaande vergunning, dan mag het product niet worden gebruikt.
Let op: Als er een (brede) IM-vergunning is verleend, moeten alle bijbehorende restricties en aanvullende voorschriften strikt worden nageleefd.
Named patient
Een Named Patient Programme (NP) lijkt op Compassionate Use, maar richt zich specifiek op individuele patiënten met een ernstige of levensbedreigende aandoening waarvoor geen andere behandelingen beschikbaar zijn. Geneesmiddelen die nog niet in Europa zijn goedgekeurd, maar bijvoorbeeld al wel zijn toegelaten door de FDA in de Verenigde Staten, komen hiervoor in aanmerking. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) beoordeelt deze aanvragen, die meestal door een arts worden ingediend.
Voor het gebruik van een gg-geneesmiddel binnen een NP-traject is een vergunning onder het Besluit ggo vereist, tenzij er al een geldige 2001/18/EG toestemming is in een ander Europees land. Ontbreekt zo’n toestemming, dan kan het geneesmiddel soms vallen onder een bestaande (brede) IM-vergunning van het behandelend academisch ziekenhuis of een ander academisch ziekenhuis in Nederland. In dat laatste geval kan via een kopie-aanvraag binnen 28 dagen een vergunning worden verkregen. Is er geen 2001/18/EG toestemming en ook geen (brede) ggo-vergunning beschikbaar, dan kan een reguliere aanvraag voor een IM-vergunning volgens het Besluit ggo worden ingediend. Dit proces kan tot 120 dagen duren.
Let op: Als er een (brede) IM-vergunning is verleend, moeten alle bijbehorende restricties en aanvullende voorschriften strikt worden nageleefd. Zonder 2001/18/EG toestemming of IM-vergunning volgens het Besluit ggo, is het gebruik van het ggo-geneesmiddel ondanks toestemming van IGJ niet toegestaan.
Hospital exemption
Hospital Exemption (HE) geldt voor geavanceerde therapieën die binnen een ziekenhuis worden ontwikkeld en aan patiënten worden toegediend. Dit betreft geneesmiddelen die geen volledige Europese goedkeuring hebben, maar wel onder strikte voorwaarden in het ziekenhuis worden geproduceerd. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) geeft toestemming voor de bereiding en toepassing van deze therapieën volgens HE.
Voor het gebruik van een ggo-geneesmiddel onder HE is een geldige vergunning onder het Besluit ggo vereist. Soms valt het geneesmiddel onder een bestaande (brede) IM-vergunning van het behandelend academisch ziekenhuis of van een ander academisch ziekenhuis in Nederland. In dat laatste geval kan via een kopie-aanvraag binnen 28 dagen een vergunning worden verkregen. Is er geen (brede) ggo-vergunning beschikbaar, dan kan een reguliere aanvraag voor een IM-vergunning volgens het Besluit ggo worden ingediend. Dit proces kan tot 120 dagen duren.
Let op: Zonder IM-vergunning volgens het Besluit ggo, is het gebruik van het gg-geneesmiddel ondanks toestemming van IGJ niet toegestaan.
Overzicht toepassing CU, NP en HE
| Compassionate use | Named patient | Hospital exemption | |
|---|---|---|---|
| Bedoeld voor | Groep patiënten | Individuele patiënt | Cel- of gentherapie die in het ziekenhuis voor een bepaalde patiënt wordt gemaakt en toegediend |
| Ziekte | Ernstig/ levensbedreigend en er is geen andere behandeling meer beschikbaar | Ernstig/ levensbedreigend en er is geen andere behandeling meer beschikbaar | |
| Markttoelating EU | Nog niet, klinisch onderzoek en/of EMA-aanvraag loopt. Laatste fase van een onderzoek | (Nog) niet in de EU | Nee |
| Wie vraagt het aan? | Bedrijf/producent | Behandelend arts | Rechtspersoon |
| Wie vraagt toestemming? | CBG | IGJ | IGJ |
| Additionele geldige IM-vergunning verplicht | Nee, wanneer er een 2001/18/EG beoordeling gedaan is in een andere lidstaat | Ja, tenzij er in een ander EU-land een 2001/18/EG toestemming beschikbaar is of het onder een bestaande (brede) vergunning valt | Ja, tenzij het product onder een bestaande (brede) vergunning valt |