Via dit nieuwsbericht brengen wij u op de hoogte van het voornemen van het Ministerie van IenW (infrastructuur en waterstaat) om de Regeling ggo 2013 per 01-07-2026 te wijzigen.
De Regeling wordt gewijzigd om de uitvoering van werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) te vereenvoudigen. Het ministerie van IenW heeft de wijzigingsregeling op 5 maart 2026 voorgepubliceerd in de Staatscourant. Deze wijzigingsregeling ligt 4 weken ter inzage.
Wat wordt er gewijzigd?
In de wijzigingsregeling staat beschreven op welke manier de tekst van de Regeling aangepast gaat worden. Op hoofdlijnen betreft het de volgende wijzigingen:
Tentoonstellingen met ggo’s mogelijk via een vereenvoudigde procedure
Voorheen was het tentoonstellen van ggo’s, bijvoorbeeld in musea, een complex proces, onder meer door soms niet passende regels en de introductie in het milieu (IM) procedure. Dankzij de wijziging kunnen musea en andere instellingen nu eenvoudiger een aanvraag doen via een ingeperkt gebruik (IG) procedure voor het tentoonstellen van niet-pathogene ggo’s. De nieuwe procedure, TR-III/TR-I, is veel korter dan de huidige IM (introductie in het milieu) procedure, waardoor tentoonstellingen sneller georganiseerd kunnen worden.
Het is echter inhoudelijk een uitdaging om vooraf precies vast te stellen welke inrichtings- en werkvoorschriften per tentoonstelling moeten gelden, omdat iedere tentoonstelling uniek is in samenstelling en presentatie. In bijlage 9 is daarom een algemene beschrijving opgenomen van de noodzakelijke inperkingsmaatregelen, gebaseerd op eerder tentoongestelde micro-organismen. Mocht een instelling willen afwijken van deze algemene inrichtings- en werkvoorschriften, dan kan dit via een zogenaamd 2.8-verzoek. Hierbij moet duidelijk worden onderbouwd dat de veiligheid voor het publiek en het milieu gewaarborgd blijft en dat het tentoongestelde ggo niet in contact komt met bezoekers of in het milieu terechtkomt.
Afvalverwerking: duidelijkheid voor afvalverbrandingsinstallaties
De ggo-regelgeving is niet goed toepasbaar op de verwerking van niet-geïnactiveerd ggo-afval in een zelfstandige afvalverbrandingsinstallatie. Voor het verbranden van ggo-afval is daarom een specifieke categorie van fysische inperking (CFI) geïntroduceerd, namelijk AV-I. Afvalverbrandingsinstallaties krijgen onder deze CFI (categorie van fysische inperking) heldere voorschriften zodat zij onder gecontroleerde omstandigheden ggo-afval mogen verwerken.
Vereenvoudiging voor grootschalige werkzaamheden
Bedrijven en instellingen die op grote schaal werken met ggo’s, zoals bij de productie van vaccins, ervaren de regelgeving vaak als complex. Door deze wijzigingsregeling kan voor grootschalige activiteiten met ggo’s afkomstig van ML-I een kennisgeving rechtstreeks op MI-II worden gedaan en wordt een verzoek op grond van artikel 2.8 van het Besluit ggo overbodig als men op MI-II wil werken. Met de wijziging van de Regeling kunnen aanvragers nu per groep van vergelijkbare ggo’s een aanvraag doen, in plaats van voor elke individuele ggo. Daarnaast zijn de criteria voor inschaling in bijlage 6 uitgebreid en aangepast, zodat ze beter aansluiten op grootschalige werkzaamheden met animale cellen.
Zienswijzen indienen?
U kunt tot uiterlijk 2 april 2026 zienswijzen indienen op de wijzigingsregeling. Verder raden wij u aan om de voorgenomen wijzigingen in de wijzigingsregeling goed door te lezen en na te gaan of ze gevolgen hebben voor uw bestaande kennisgevingen, vergunningen of voorgenomen werkzaamheden. U kunt uw zienswijzen bij het ministerie van IenW op de volgende manieren indienen:
- bij voorkeur per e-mail naar: secretariaat.O&M@minienw.nl
met in de onderwerpregel de tekst ‘reactie op de ontwerpregeling ggo’
- eventueel per brief naar: Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, DGMI/Directie O&M/Taakveld veiligheid biotechnologie, Postbus 20901, 2500 EX, Den Haag
onder vermelding van ‘reactie op de ontwerpregeling ggo’